Het Eastman-gebouw waarin het Huis van de Europese geschiedenis is gevestigd. Links van dit gebouw niet ver ervan verwijderd het Europarlement.

In de hoofdstad van Europa staat sinds 2017 een echt Huis van de Europese geschiedenis. Het vertelt het verhaal van de Europese integratie. Het is ontstaan op initiatief van voormalig voorzitter Hans-Gert Pöttering van het Europees Parlement. Hij lanceerde op 13 februari 2007 het idee om zo’n Huis van de Europese geschiedenis op te richten. Het zou een museum moeten worden met als doel “de kennis van alle generaties Europese burgers over hun eigen geschiedenis te verdiepen en zodoende een bijdrage te leveren aan een beter inzicht in de huidige en toekomstige ontwikkeling van Europa”.

Ruim tien jaar later, op 6 mei 2017 opende het Huis van de Europese geschiedenis zijn poorten in Het Eastmangebouw. Dit gebouw. ontleent zijn naam aan de Amerikaanse filantroop en uitvinder van de Kodakcamera George Eastman. Het Huis van de Europese geschiedenis is gelegen in de Europese wijk, in het Brusselse Leopoldpark.

Er was en is de nodige kritiek op het museum. Met name de kosten, maar ook de inrichting van het museum werden bekritiseerd. Wij willen dit laten voor wat het is. De vraag, of dit museum aan het oorspronkelijke idee van Pöttering voldoet, kort gezegd ‘om de kennis van de Europese burgers over hun eigen geschiedenis te verdiepen’, is voor ons de belangrijkste vraag. Helaas kan daar ook met geen eenduidig ‘ja’ op worden geantwoord.

Op 30 oktober 2017, dus ongeveer een half jaar nadat het Huis van de Europese geschiedenis was geopend, bezocht een twintigtal museum-deskundigen van het Platform European Memory and Conscience het museum. Hun bevindingen hebben zij beschreven in het (Engelstalige) verslag ‘Report on the Permanent Exhibition’ dat zij op 30 oktober 2017 hebben gepubliceerd.

Kort en bondig is de kritiek van deze deskundigen als volgt:

Bij het bezoek aan het Huis van de Europese geschiedenis, is dit een van de eerste beelden die men ziet: de bestorming van de Bastille; het begin van de Franse revolutie.

“Naar de mening van het Platform wordt de boodschap van de tentoonstelling in het Huis van de Europese geschiedenis beïnvloed door een ideologisch Hegeliaanse of neo-Marxistische interpretatie van de Europese geschiedenis. Het creëert een sterke indruk van de onvermijdelijke evolutie en vooruitgang van de Europese geschiedenis na de Franse revolutie (1789) naar het ideaal van een klasseloze samenleving. Wat minstens zo belangrijk is, is dat Europese waarden, zoals democratie, vrijheid, rechtsstaat of mensenrechten, onvoldoende benadrukt worden om een boodschap van de tentoonstelling te worden. Zelfs de grootste successen en overwinningen van die waarden, zoals de naoorlogse verzoening (waarmee de EU begon) en de nederlaag van het totalitaire kwaad in de Koude Oorlog, worden niet op de juiste manier gepresenteerd – deze boodschap is volledig vervaagd en het jaar 1989 wordt niet beschouwd als een overwinning, maar als iets dat ‘gewoon is gebeurd’.”

Anders gezegd: De boodschap van het museum is er een van bijna mechanisch-onvermijdelijke Europese successen, leidend tot een politiek correcte, egalitaire maatschappij. Daarbij blijven tegenslagen, mislukkingen en ook Europees falen buiten beeld en worden juist de echte Europese kernwaarden (democratie, vrijheid, rechtsstaat en mensenrechten) onderbelicht. De terreuren uitgeoefend tijdens het nationaal socialisme en het communisme worden weliswaar tentoongesteld, maar staat in het kader van het op weg zijn naar de goede Europese maatschappij. Het zouden dus ontsporingen zijn geweest.

De SGTRS heeft het Huis van de Europese geschiedenis begin 2019 ook bezocht. Wij zijn in grote lijnen tot dezelfde conclusie gekomen als de deskundigen van het Platform. De hoofdconclusie kunnen wij volledig onderschrijven:

Het museum creëert een sterke indruk van de onvermijdelijke evolutie en vooruitgang van de Europese geschiedenis na de Franse revolutie (1789) naar het ideaal van een klasseloze samenleving.

Nog enkele aspecten die ons zijn opgevallen.

Wanneer men het Huis van de Europese geschiedenis bezoekt, ontvangt men een tablet, waarop men in alle talen van de Europese Unie een toelichting kan lezen op hetgeen men ziet. Hier in het Nederlands een toelichting bij het begin van de tentoonstelling: de Franse revolutie.

De geschiedenis van Europa laat men niet beginnen bij Karel de Grote, maar bij de Franse revolutie. (Afgezien van de vitrine waarin de als stier vermomde halfgod Zeus met het jonge meisje Europa op zijn rug, die Zeus afleverde in Griekenland; het begin van Europa.) Als uitleg lezen we op de tablet die we meekregen bij binnenkomst van het museum:
Revoluties
Gedurende de negentiende eeuw werd Europa overspoeld door revoluties. (…) Mensen verlangden politieke zelfbeschikking en wilden niet langer leven onder regimes waar macht  en rijkdom in handen waren van een heersende elite.’  [zie foto]

Als men dit zo leest, impliceert dit, dat de mensen (mensheid) van voor 1789 wel diep ongelukkig moesten zijn. Dit is natuurlijk grote onzin. Bijna lachwekkend.

 

Verder viel het ons op, dat de westerse anti-nucleaire- en vredes-bewegingen (anti-bewapening) in de 70er en 80-er jaren van de vorige eeuw grotere aandacht krijgen dan de Oost-Europese mensenrechtenbewegingen (voor primaire burgerlijke vrijheden),  zoals de Poolse Solidarnosc en de Tsjecho-Slowaakse Charta 77. Voor de eerste twee aparte stands die nagenoeg hetzelfde uitbeelden, en voor de laatste TV beelden die uitblinken door onduidelijkheid. Als we ons realiseren dat men in het West-Europa kon protesteren zonder enige consequentie, was dit in Oost-Europa anders. Daar riskeerde men een niet malse gevangenisstraf. Dus ligt het toch voor de hand, om deze mensen meer aandacht te geven. Want zij betaalden voor de Europese democratische waarden.

Maar er is meer. Namelijk, wat men niet ziet in het Huis van de Europese geschiedenis. Zo is er totaal niets te zien over de Balkanoorlogen tijdens de negentiger jaren van de vorige eeuw. In 1995 werd er de grootste genocide na de Tweede Wereldoorlog gepleegd. Dit gebeurde in Srebrenica (Bosnië) onder de ogen van Nederlandse militairen (Dutchbat) die namens de Verenigde Naties er waren om dit  te verhinderen. Maar ook de Europese Unie was niet bij machte dit te voorkomen. Het Huis van de Europese geschiedenis kan aan dit drama kennelijk geen aandacht geven. Want alleen de Europese succesgeschiedenis is relevant.

Het Huis van de Europese geschiedenis staat onder auspiciën van het Europees Parlement. Dus is en wordt dit gefinancierd door de Europese burgers. Het is niet te accepteren dat in dit Huis de revolutionaire boodschap wordt uitgedragen op kosten van de Europese belastingbetalers.