Praag, 27 maart 2017. Het doden van vluchtelingen rondom de grens van het vroegere Tsjecho-Slowakije  en Duitsland is een internationale misdaad. Daarvoor moeten de verantwoordelijken voor de grensbewaking aan Tsjecho-Slowaakse kant zich voor de rechter verantwoorden.

Een gedenkteken bij Mikulov (Tsjechische grensplaats ten Noorden van Wenen) voor neergeschoten vluchtelingen die door het IJzeren Gordijn wilden vluchten.

Dat vindt het Duitse Federale Openbaar Ministerie in Weiden. Dit blijkt uit twee brieven van het Openbaar Ministerie aan het Platform of European Memory and Conscience. Uit de reactie blijkt ook dat Duitsland het doodschieten van vluchtelingen langs het IJzeren Gordijn niet als verjaard beschouwt.

Op 18 augustus 2016 had het Platform een uitvoerige aanklacht ingediend betreffende het doden van vluchtelingen op de grens van communistisch Tsjecho-slowakije. Het persbericht (met meer informatie hierover) vindt u hier

De brieven komen nadat een rechtbank in het Slowaakse Bratislava het doden van de Oost-Duitse vluchteling Hartmut Tautz in 1986 als moord hebben aangemerkt, hem volledig heeft gerehabiliteerd en zijn familie recht op compensatie hebben toegekend.

Op elke paal staat de naam van een neergeschoten vluchteling geschreven.

 

 

De financiële compensatie is meer symbolisch idan substantieel. Het maximale bedrag is ongeveer 3,3 duizend euro. Dit bedrag moet zelfs nog gedeeld worden, wanneer meer mensen hier aanspraak op gaan maken. Meer informatie hierover hier in het Engels en in het Duits.