Voor de 24ste keer werd op 11 juli dit jaar de genocide van Srebrenica herdacht op het Plein in Den Haag, met voor het eerst ook de minister van Defensie erbij. Een speciaal moment.

De eerste activiteit van de herdenking was in Wassenaar. Daar begon de Mars Mira (vredesmars). De deelnemers van de mars arriveerden ruim op tijd voor de herdenking op het Plein. Om 15 uur begon de herdenkingsplechtigheid. De vlag van het ministerie van Defensie, ook aan het Plein gelegen, werd halfstok gezet en bleef dit tot zonsondergang. De beginselverklaring werd voorgelezen. Dit jaar was het thema: ‘Srebrenica genocide, waarheid en gerechtigheid’. Daarna werden enkele teksten gelezen, afgewisseld met koorgezang. De herdenking duurde tot ongeveer 16.30 uur. Het complete programma vindt u hier.

Indrukwekkend was de toespraak die was opgesteld door de Vereniging van de Overlevenden van de Srebrenica Genocide. Deze toespraak geeft in inkijk hoe de overlevenden niet alleen het verleden ziet, maar ook de toekomst. Want de recente ontwikkelingen in Bosnië zijn niet moedgevend. Wederom worden de Bosniërs door Servië bedreigt. De overlevenden vragen ons -de Europese Unie-  om tot actie over te gaan. Daarom hier de integrale tekst van de toespraak.

Toespraak van de Vereniging van de Overlevenden van de Srebrenica Genocide

Senade Klempiċ, dochter van een overlevende van de Srebrenica-genocide, houdt haar toespraak. Foto van de herdenking 2018

Voorgedragen door Senada Klempić (dochter van een overlevende)..

Vandaag, na 24 jaar, zijn we weer bijeen op dit plein, waar we al vele jaren samenkomen, om de wereld, en vooral Nederland, te herinneren aan de gebeurtenissen van juli 1995. Aan de verschrikkelijke misdaad, die in Srebrenica geschiedde voor de ogen van de hele wereld en die we nooit zullen vergeten. Naast de genocide, die we hebben overleefd, blijft er tot op de dat van vandaag bij de overlevenden een gevoel van onrecht aanwezig dat ons zoveel pijn doet, misschien zelfs meer dan de misdaad zelf. 

De Srebrenica genocide.

De internationale gemeenschap, die zo toegewijd is als het gaat om ‘het respecteren van de internationale wet en normen’, keek stilzwijgend naar de misdaad die zich voor haar ogen in de aanloop naar de 21ste eeuw afspeelde. Na de Holocaust op de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er gezegd: ‘NOOIT MEER’. En toch gebeurde dit toch weer in haar aanwezigheid en voor haar ogen. Waren de inwoners van het beschermde gebied in Srebrenica al vóór hun dood ter dood veroordeeld?

We hadden honger en dorst, we waren naakt, we liepen op blote voeten, gewond en tot het uiterste gekweld naar de enclave. Men heeft ons zelfs op weg ernaar toe humanitaire hulp verleend om ons te redden van de collectieve dood. Vervolgens keken we naar de hemel en verheugden ons over het geronk van vliegtuigen met voedselpakketten aan parachutes.

We staarden naar dezelfde hemel in die warme julidagen van 1995, in afwachting van het geronk van vliegtuigen, deze keer gevechtsvliegtuigen. Maar we hoorden ze niet. We zijn verraden! Verraden door iedereen! We bleven achter, gevangen in een kooi om voor ons eigen leven als beesten te vechten!

De internationale strijdkrachten, de ‘blauwhelmen’, met hun mandaat en aanwezigheid hadden ons moeten beschermen tegen de massale uitroeiing. Het waren deze blauwhelmen die als enigen toezicht hielden op de eliminering en vernietiging van één compleet volk. Deze massamoorden en verdrijvingen werden enkele jaren later als genocide gekenmerkt door het Internationale Gerechtshof.

Bewust, al dan niet uit onwetendheid, had de internationale gemeenschap verkeerde aannames gedaan die zouden resulteren tot massale wreedheden tegen één bevolkingsgroep. Een massamoord van meer dan achtduizend Bosniërs vond plaats binnen het zogenaamde beschermde gebied Srebrenica.

Verzoek aan de internationale gemeenschap en de Europese Unie

Als u destijds onvoldoende of niets hebt gedaan, besef dan wat er zich nu afspeelt, al die jaren na de genocide op Bosniërs en na het einde van het gewapende conflict in Bosnië Herzegovina.

Enerzijds heeft de Internationale gemeenschap het Haagse Oorlogsmisdaden Tribunaal opgericht die, ondank veel tegenwerking, bijna volledig zijn doel heeft bereikt. De meeste oorlogsmisdadigers, vooral zij die de meeste verantwoordelijkheid droegen, zijn gestraft voor hun misdaden.

Anderzijds doen internationale gemeenschap en de Europese Unie weinig om de sociaal-politieke toestand in Bosnië Herzegovina te verbeteren – het land zit nog steeds vast aan de opgelegde bepalingen van het Dayton Vredesakkoord die er de vooruitgang tegenhouden. De internationale gemeenschap en de Europese Unie kijken toe hoe er de genocide publiekelijk wordt ontkend en de internationale gemeenschap geminacht, alsmede haar instellingen en vertegenwoordigers, die zijn gestationeerd in Bosnië en Herzegovina. Terwijl deze instellingen en vertegenwoordigers bevoegd zijn op te treden tegen de schendingen van wetten.

Het buurland Servië, dat werd berecht voor zijn falen in het voorkomen van de genocide in Srebrenica, steunt nog slechts via een verklaring de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Bosnië Herzegovina. Servische politici binnen de Servische Republiek trachten de geschiedenis van Bosnië en Herzegovina te verdoezelen en te vervalsen, en worden daarbij gesteund door academici en kunstenaars uit Servië. Deze academici beamen en stimuleren zelfs hun uitspraken over afscheiding van de Servische Republiek van (de rest van) Bosnië Herzegovina. Door deze houding dragen ze aanzienlijk bij aan de vernedering van Bosnië, waardoor de toch al deplorabele toestand steeds ondraaglijker wordt.

Oorlogsmisdadigers, die niet worden vervolgd door nationale rechtbanken, verbergen zich nog steeds in Servië. Hoewel het vaststaat dat ze misdaden hebben gepleegd. Sommige zijn zelfs bewezen. Veroordeelde oorlogsmisdadigers hebben bescherming gezocht en gevonden in datzelfde Servië.

We zijn ons ervan bewust dat we onze geliefden en medeburgers nooit meer kunnen terugkrijgen Het enige wat we kunnen doen is namens hen gerechtigheid zoeken, om onszelf en de wereld te herinneren aan deze gruwelijke misdaad – genocide. We kunnen ze het vergeven, maar we zullen het niet vergeten!

Wij vragen u, dames en heren van de internationale gemeenschap en de Europese Unie, om meer te doen voor Bosnië. Neem kennis van de huidige stand van zaken in Bosnië en Herzegovina. Werk aan een oplossing voor de huidige situatie voor het te laat is. Als daar geen oplossing voor wordt gevonden blijven uw en onze woorden ‘NOOIT MEER’ wederom een dode letter, zoals het ‘NOOIT MEER’ na de Tweede Wereldoorlog.

Verzoek aan de Nederlandse regering

De vlag halfstok op het ministerie van Defensie tijdens de herdenking van de Srebrenica-genocide op het Plein in Den Haag.

De Nederlandse regering heeft tot nu toe ruimhartig bijgedragen aan de opsporing en identificatie van de slachtoffers en aan vele andere hulpprojecten. Heel erg bedankt hiervoor! Maar weet dat materiële hulp niet de eerste prioriteit is van de slachtoffers. Genoegdoening op geestelijk vlak is het allerbelangrijkste. Cruciaal is het aanvaarden en erkennen van wat er in het niet al te verre verleden is gebeurd.

Hierbij verzoeken wij de Nederlandse regering en het parlement ondubbelzinnig de resolutie van het Europees Parlement over te nemen, de genocide van Srebrenica te erkennen én dat 11 juli wordt uitgeroepen tot een nationale herdenkingsdag voor de slachtoffers van genocide. Wij geloven dat wij in dat geval ieder jaar op 11 juli met veel en veel meer mensen zullen staan op deze plaats.

Woorden van dank

Wij vragen genade voor de zielen van alle slachtoffers van de genocide, maar vooral voor de 33 geïdentificeerde slachtoffers die bij het herdenkingscentrum in Potočari vandaag begraven worden.

De overlevenden, wier zielen heel doorwond zijn, danken u voor uw tijd, aandacht en uw medeleven.

-o-o-o-o-o-o-o-o-

Na deze toespraak zong het koor een lied, werd de eerste rondgang gelopen, waarbij namen van mensen werden voorgelezen die in Potočari werden herbegraven. Vervolgens hiel Jan Willem de Haan zijn toespraak. Jan Willem de Haan is advocaat, en heeft na de val van Srebrenica heel veel juridisch werk verzet om Bosniërs die naar ons land waren gevlucht, aan een verblijfsvergunning te helpen  Dit is hem in vele gevallen ook gelukt. Hij is dan ook zeef geliefd bij de Bosnische gemeenschap.

 

TOESPRAAK VAN JAN WILLEM DE HAAN

Beste mensen,

Vandaag is de 24e herdenking op het Plein in Den Haag van de val van de enclave Srebrenica. Ieder jaar staan jullie hier en zijn jullie een pijnlijke herinnering aan een gebeurtenis die de Nederlandse overheid het liefst in vergetelheid zou zien wegzakken. De combinatie van de woorden ‘Srebrenica’ en ‘Nederland’ geven tot op heden een bittere nasmaak.

Het thema van de herdenking vandaag is ‘waarheid en gerechtigheid’. Twee begrippen die de inwoners van Srebrenica die de val van de enclave hebben moeten ondergaan maar nauwelijks gekregen hebben. Tot op de dag van vandaag proberen degenen die verantwoordelijkheid over het drama dragen hun verantwoordelijkheid te minimaliseren, afschuiven of zelfs geheel te ontkennen. Tot op de dag van vandaag zijn er mensen die hebben deelgenomen aan of hebben opgedragen tot de massaslachting die hun straf ontlopen. ‘Waarheid en gerechtigheid’ hebben een lange weg te gaan.

De val van de enclave Srebrenica was wereldwijd nieuws en vormde de opmaat tot de eerste genocide op Europees grondgebied sinds het einde van de Tweede Wereld Oorlog. Na die genocide tijdens de Tweede Wereld Oorlog werd er een belofte gedaan. ‘Dit zal nooit meer gebeuren’.  De wereldgemeenschap zou er borg voor staan dat een genocide nooit meer kon gebeuren. Het Srebrenica drama vormt een bittere herinnering aan het feit dat die belofte een loze belofte is gebleken.

De wereldgemeenschap dient blijvend herinnert te worden aan wat de uiterste consequentie kan zijn van niet, te laat of te slap ingrijpen in conflicten. Nederland kan en zou hierin een nadrukkelijke rol in kunnen spelen. Immers, Nederland is en blijft verbonden met Srebrenica en weet uit eerste hand wat  zich ter plekke heeft afgespeeld en welke rol zij hierin heeft gespeeld als vertegenwoordigers van die wereldgemeenschap in de vorm van het Dutchbat.

Naast ‘waarheid en gerechtigheid’ speelt ook erkenning een essentiële rol. In plaats van nadrukkelijk het falen van Dutchbat en haar gedeelde verantwoordelijkheid te erkennen worden er tot op de dag van vandaag namens de Nederlandse Staat procedures gevoerd ten einde maar geen verantwoording te hoeven afleggen over het lot van de inwoners van Srebrenica.

In de tijd dat ik als jurist bij de SRA werkzaam was heb ik een aantal van jullie die hier nu aanwezig zijn leren kennen. De verhalen die ik hoorde waren stuk voor stuk gruwelijk en hartverscheurend. Toen pas heb ik kunnen zien en horen welke impact die gruwelijke oorlog in Bosnië op gewone mensen, die nimmer om die oorlog gevraagd hebben, heeft gehad. En dan nog, het zien en horen staat niet gelijk aan het voelen, het hebben moeten ondergaan. Srebrenica heeft een nooit uit te wissen impact voor hen die het hebben ondergaan, hun kinderen en kleinkinderen.

Een beetje een voorstelling maken van die impact kan ik wel. Mijn Joodse grootmoeder heeft tijdens de Tweede wereldoorlog moeten meemaken hoe zo goed als haar volledige familie is afgevoerd naar het Oosten om nooit meer terug te komen. Haar man, mijn opa, lid van het verzet, heeft het einde van de oorlog niet mee kunnen maken en is in maart 1945 vlak voor de bevrijding overleden. De herinnering aan hem is er nog wel. 300 Meter hier vandaan, in een niet meer in gebruik zijnde ingang van de Tweede Kamer bevind zich de ‘erelijst gevallenen’. Een gekalligrafeerd boek met daarin de namen van ongeveer 18.000 Nederlanders die tijdens de strijd in de Tweede Wereldoorlog als militair of lid van het verzet zijn gesneuveld. Voor mij, 17 jaar na de Tweede wereldoorlog geboren, is het van belang dat er naast de jaarlijkse herdenking op 4 mei een monument in de vorm van de ‘erelijst gevallenen’ bestaat. Hier is dan wel een vorm van erkenning.

De jaarlijkse 11 juli herdenking op het Plein heeft jarenlang moeten plaatsvinden onder de vlag van het Ministerie van Defensie in volle top. Pas sinds een paar jaar is er het besef doorgedrongen dat de vlag halfstok gepast is. Het zou de Nederlandse overheid sieren indien er naast erkenning van het eigen falen ook volhartig worden erkent. Want nogmaals, of we het nu willen of niet Nederland blijft tot in de lengte van dagen aan het lot van Srebrenica verbonden.

Juist omdat die geschiedenis zo’n impact heeft, en omdat de herinneringen daaraan zo lang voortleven is het van belang dat de verantwoordelijken en medeverantwoordelijken hun rol in het drama erkennen.  Het past niet om te trachten die verantwoordelijkheid te verdoezelen of de eigen rol te minimaliseren. Er dient, hoe lastig of pijnlijk dit ook kan zijn, zonder enig voorbehoud erkenning van de eigen rol plaats te vinden. Pas dan zal er sprake zijn van ‘waarheid’ en volgt er mogelijk ‘gerechtigheid’.

-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

Bijzonder was, dat deze herdenking voor het eerst in 24 jaar werd bijgewoond door minister van Defensie, Ank Bijleveld. Haar aanwezigheid, en het teken van toenadering dat dit uitstraalde, werd door iedereen op hoge prijs gesteld. Wel was het jammer dat de minister arriveerde na de toespraken.

 

Een steeds weerkerende vraag is, hoe het is gesteld met de Nederlandse erkenning van de Srebrenica genocide. Hoewel de erkenning in officiële documenten wordt erkend, is het geenszins duidelijk wanneer voor het eerst sprake is geweest van deze erkenning. Voor de slachtoffers is dit pijnlijk, te meer daar zij behoefte hebben aan een duidelijk moment.

De zoektocht naar meer duidelijkheid heeft tot nog toe geen extra duidelijkheid geboden. Meer informatie daarover vindt u hier.

Hier informatie over wie er achter de organisatie van de herdenking zitten en hoe deze wordt georganiseerd en gefinancierd.

 

.