Op 11 juli 1995 maakte Srebrenica ‘naam’ als de plaats waar de ergste daad van genocide heeft plaatsgevonden in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. 

Srebrenica zou de veilige haven zijn, ingesteld door de Verenigde Naties die door Nederlandse Dutchbat militairen verdedigd zou worden. Bosnisch-Servische troepen onder bevel van generaal Ratko Mladić vielen echter met tanks de enclave binnen en vermoordden meer dan acht duizend Bosnische moslims. De Nederlandse Dutchbat militairen hebben dit geweld niet weerstaan. De veilige haven Srebrenica werd een dodenakker.

Elk jaar wordt op 11 juli deze tragedie zowel in Bosnië (Srebrenica/Potočari) als in ons land (Den Haag) herdacht. In Bosnië worden dan resten van geïdentificeerde Bosnische slachtoffers van de genocide begraven die in het afgelopen jaar in massagraven zijn gevonden. Tijdens de herdenking in Den Haag op het Plein worden deze slachtoffers bij naam genoemd en eer betuigd. Dit jaar zijn  het er 35.

Voorafgaand aan deze gebeurtenis wordt dit jaar in Nederland voor de zesde keer de Marš Mira (vredesmars) gelopen. Van Wassenaar via enkele ‘hoogtepunten’ zoals het Internationale Hof van Justitie en het Vredespaleis naar Het Plein in Den Haag. Deze mars ter nagedachtenis van al die Bosniërs die door de bergen een veilig heenkomen zochten, toen Srebrenica op 11 juli 1995 werd overlopen door het Servische leger van Mladić. Tijdens deze afschuwelijke overlevingsmars hebben velen het leven gelaten. In Bosnië wordt jaarlijks de ‘echte’ Marš Mira gelopen; van Nezuk naar Potočari (in feite in tegengestelde richting van de vluchtenden in 1995). Een zware mars van drie dagen (vaak in tropische hitte) door de bergen. Als de deelnemers in Potočari zijn aangekomen begint de begrafenis. Vorig jaar werden de resten van lichamen van 71 Bosniërs ter aarde besteld.

In deze fabriekshal vond de scheiding tussen mannen en vrouwen (met kleine kinderen) plaats.

Na de val van Srebrenica was er de gedwongen scheiding van mannen van hun gezinnen, het gedwongen afvoeren/de deportatie van vrouwen en kinderen, daarna de vrije aftocht van Dutchbat. En de Bosnische mannen? Het Bosnisch-Servische leger vermoordde hen systematisch. Toen steeds duidelijker werd dat er sprake is geweest van genocide op deze mannen en andere vluchtende Bosniërs, en de Nederlandse Dutchbat militairen zich dit bewust werden, voelden ook zij zich slachtoffer. Zij waren op een missie gestuurd met ontoereikende informatie en veel te lichte bewapening. Achteraf was bij veel Dutchbatters sprake van geestelijke nood, soms traumatisering. Enkelen pleegden zelfmoord. Rechtszaken volgden.

 

 

Links de vlag te zien, die op 11 juli vanaf 15.00 uur halfstok wordt gezet door het ministerie van Defensie als eerbetoon aan de herdenking van de Srebrenica-genocide.

We kunnen stellen, dat hier sprake is van primaire slachtoffers, de Bosniërs, en secundaire slachtoffers, de ex-Dutchbat militairen. Door de juridische processen over schadeclaims moet ‘Den Haag’ hen de nodige aandacht geven. Maar de primaire slachtoffers krijgen relatief erg weinig aandacht. Toch wel: het ministerie van Defensie, gevestigd aan Het Plein, zet de vlag gedurende het hoogtepunt van de herdenking halfstok. Zo ging het in voorgaande jaren. Echter vanaf dit jaar zal het anders gaan. Na een gesprek (op 10 juli) tussen de minister van Defensie Ank Bijleveld en de ‘Vereniging van overlevenden van de Srebrenica genocide juli 1995 in Nederland’ zal de vlag voortaan tot 22.00 uur half stok staan.

 

De jaarlijkse herdenking van de Srebrenica-genocide op 11 juli maakt het voor de overlevenden mogelijk om bij elkaar te zijn. Samen met hen die blijk geven aan hun meeleven door aanwezig te zijn.

Meer informatie over de herdenking (vorige jaar) in Den Haag, vindt u hier.
Een impressie over de begrafenis in Srebrenica in 2017 vindt u hier.
Algemene informatie over deze herdenking vindt u hier.

 

SGTRS is betrokken bij de organisatie van de komende herdenking.